Alma Mater
Geosofische gedachten bij de Hongaarse omwenteling van April 2026
‘Les Très Riches Heures’ [1]
Traditie-conforme tijds- en plaatsbepaling: Quadragesima, Veertigdagentijd, Anno Domini, Jaar des Heren 2026. --- Alsó Külváros, Lage Buitenstad, Magyarország, Hongarenland.
Numino-politieke tijds- en plaatsbepaling: Wapenstilstandsdag, bepaald in Islamabad, Onderwerping Stad. Afsluiting van veertig dagen na lotsherdenkingsoorlog, volgend op Poerim, Loten Feest, en veertig dagen voorbereidingsvasten, voorafgaand aan Oud-Christelijk (Juliaans-Kalender) Pasen, Zoenoffer Feest, beide precies gehalveerd door de Lente Nachtevening[2] die samenvalt met zowel het Arische Nieuwjaar (Perzisch: Nowruz) als het Islamitische Vastenbreken (Arabisch: Eid al-Fitr)[3]. Een Orthodox Pasen samenvallend met de Hongaarse parlementsverkiezingen. En de dag waarop het laatste semi-soevereine stukje land van niet-Orthodox Europa onder de satano-globalistische schaduw valt - waarover hieronder een beetje meer. --- Kárpát-medence[4] Hart van Europa, Alföld[5] Linkerventrikel, twee duizend passen van de Duna[6] Dauwdruppel-Ader, Géza fejedelem[7] Lichtende Leider[8] Plaats, Vettettem Violát[9] Viooltjes Plant(soen) Herinnering.
‘Ewige Blumenkraft’[10]
The cry of Flower Power echoes through the land
We shall not wilt
Let a thousand flowers bloom
- Abbie Hoffman, WIN, 1967
Windloze lentedagen, grijze wolkenluchten, verstilde straten, verlaten pleinen, stoffige parkjes. Tussen de nog-wel-bewoonde huizen, meest met statige gevels en ornate deuren, hier en daar een vervallen spookhuis, daarachter half-verborgen tuinen met notenbomen en vervallen prieeltjes. Alom, belle époque grandeur: ongepoetste pareltjes: een vergeten Art Nouveau officiers casino, een verwaarloosd Magyar Szecesszió[11] kadetten internaat en een onbewoonbare Bauhaus bankiers villa. Alles stratigrafisch getekend door de sequentie wereldoorlog-sovjetbezetting-banksterdictatuur: kogelgaten in herinnering aan de maanden waarin de Nyilaskereszt[12] het Rode Leger voor elke meter van de Hongaarse hoofdstad liet bloeden, afbrokkelend steenwerk ter getuigenis van de decennia waarin de Népköztársaság[13] bourgeoisie buurten in stof en as liet vervallen en diepe wegdekgaten ter maning aan de voorbije zestien jaren waarin Fidesz[14] private winsten liet prevaleren boven publieke werken. Overal het stempel van de tragische geschiedenis die men hier kan verwachten: dit is de meest-westelijke uitloper van de in Mantsjoerije en Mongolië beginnende Euraziatische Steppe en van de Blood Lands die grenzen aan het Heartland: in het park een overgroeide herinneringssteen aan een in ’45 door de Nazi’s gefusilleerde communiste, er tegenover een statige garnizoenskerk met een herinneringssteen aan de door de communisten in ’56 gedode verzetsstrijders, daar weer achter een post-apocalyptisch aandoende fabrieksruïne ter herinnering aan de in ’89 door de liberalen geexecuteerde nationale economie.
Dan, tussen de veertig grijskleuren van de dode lente, plotseling een vlaagje kleur, met een niet-seizoengebonden presentie van het principe dat alle lente definieert maar ook veruit overtreft: Viriditas[15] - een vol-ornaat viooltjesbed. Het omgeeft de brede voet van de hoge sokkel van de metalen beeldtenis van Prins Géza, hooggeboren Petsjenegen-kind, laatst Tengri-getrouw stamhoofd, vader van de eerste koning van Hongarije. Vier staat hij voor zijn banier, straf wapperend in de westenwind. Streng kijken zijn spleetogen terug naar waar zijn volk vandaan kwam: het Oosten. De banier, in de grond gestoken, verbeeldt de Honfoglalás, ongeveer vertaalbaar als de ‘thuis-inname’, maar dan in een zeer concrete zin: de ‘land-neming’ waarmee een nomadisch volk zich, na een duizenden kilometers lange queeste, definitief bodem-vast maakt. Waar een volk velden bewerkt en tuinen aanlegt, waar het de grond voedt met water, waar het bloed voor het land vergiet, daar voedt de aarde het volk en wordt het volk bodem-eigen. En zo verbeeldt zelfs dit eenvoudige viooltjes bed, zorgvuldig onderhouden, de onlosmakelijke band van de Hongaren met hun duizend jaar geleden gekozen thuisland. Oostelijk en zuidelijk van het viooltje bed begint, met een licht glooiende uitloper van kort, droge gras, het land dat - ooit helemaal en nu nog deels - de Poesta heet (Puszta, uit het Slavisch, ‘Leegte’). Verder naar het oosten is dat lege land er nog: lege vlaktes en wilde velden met zinderende zomers en zware winters. En het Hongaarse hart herinnert zich voor altijd de oneindige steppe waaruit het ooit geboren werd.
Vetettem violát, várom kinyílását
S az én édesemnek visszafordulását
‘Viooltjes plantte ik, op hun bloei wacht ik
En op de terugkeer van mijn geliefde’
- Márta Sebestyén, ‘Vettettem violát’
Hongaarse katamorfose[16]
Het stempel van tragische geschiedenis ligt ook nog op de gezichten van vele Hongaren. Bij de oudsten schijnt, in hun gezichten, getekend door de waardig gedragen 20e eeuwse lijdensweg, en in hun ogen, doordrongen van dingen waar vrijwel geen Modern-Westers mens zich zelfs maar een voorstelling van kan maken, nog het licht ontstoken door de jeugdervaring van authentiek (pre-Vaticaan II) godsbeleven, (pre-democratischj) staatsgezag en (pre-individualistisch) volk-zijn. Onder de relatief weinigen van middelbare leeftijd die de neoliberale schoktherapie, de demografische implosie en de sociaal-culturele kaalslag van de neoliberale catastrofe van de jaren ’90 fysiek en mentaal hebben overleefd (en grote delen van dat cohort vluchtten in permanente emigratie, alcoholische vergetelheid en de diepe Donau), leeft een minder zichtbare vorm van waardigheid, namelijk die van een stil, discreet fatalisme dat hen in staat stelt te leven zonder illusies. Dit was de generatie die, ook in haar verkiezingskeuzes, het land zestien jaar lang vrijwaardde van de meest perverse excessen van het globalistisch liberalisme: volksvervanging (massa-immigratie via open grenzen en ’vluchtelingen’ opvang), antinatalisme (familie-ondermijning via vrouwen- en ’LBGTQ’-rechten) en imperialistisch geweld (oorlogswinsten via buitenland-projecten als ’Oekraïne’ en ’Israël’).
Op de jonger volwassenen, dat wil zeggen op hen die in die in de luwte van de jaren ’00 en ’10 opgroeiden en die profiteerden van de resulterende combinatie van relatieve sociale zekerheid, economische voorspoed en persoonlijke vrijheid, ontbreekt echter het stempel van de geschiedenis. Het is dit jongere cohort dat, collectief getekend door een verwend-verzwakte persoonlijkheidstructuur, een kunstmatig-hoog verwachtingspatroon en een fataal-verminderd identiteitsbesef, nu in Oost-Europa ontvankelijk wordt voor de psycho-sociale malaise die West-Europa al twee generaties lang kenmerkt: cultuur-nihisme, resulterend in een staat van collectief malignant narcisme en weerspiegelt in een Umwertung aller Werte in zowel de persoonlijke als de publieke sfeer (‘waardenvrij secularisme’ i.p.v. Christelijke moraal, ‘persoonlijke vrijheid’ i.p.v. familiezin, ‘rendementsfocus’ i.p.v. arbeidsethiek, ‘calculerend burgerschap’ i.p.v. nationale identiteit, etc.).[17] In belangrijke mate wordt de spreiding van deze malaise, van West- naar Oost-Europa, gedragen door een demografisch cohort dat de volwassen, kinetische ervaring met de Oostblok-tijd en de erop volgende neoliberale catastrofe van de jaren ’90 ontbeert.
Zoals de geschiedenis leert, is de langdurige combinatie van de drie V’s van veiligheid, voorspoed en vrijheid (in Nederland politiek verpakt als ’VVD’) funest voor de grote massa van het volk: goede tijden scheppen slechte mensen en zachte omstandigheden scheppen feminiene karakters, met het voorspelbare resultaat dat de erop volgende tijden en omstandigheden van tegenovergestelde aard zijn. Op de situatie in het ’Collectieve Westen’ - het Gouden Kalf dat ex-Oostblok Europa nu al veertig jaar lang aanbidt - zijn deze oude wijsheden wellicht meer van toepassing dan ooit eerder in de geschiedenis. Het ’Gouden Miljard’ van het Westerse Neo-Atlantis, hier gedefinieerd als West-Europa en de overzeese Anglosfeer plus de door de VS beheerste bruggehoofden in Azië (Japan, Zuid-Korea, Taiwan, Israël), bevindt zich fysiek in een infrastructurele (techno-industriële) bubbel, gecreeërd door de fysieke controle-mechanismen van de globalistische hegemoon (energiebronbeheersing, woekerbankierscontrole, petrodollar tribuut), en mentaal in een superstructurele (ideologisch-narratieve) bubbel, gecreeërd door de cognitieve controle mechanismen van diezelfde hegemoon (fictief ’nieuws’, idiocratisch ’onderwijs’, vervalste ’wetenschap’).[18] De superstructurele bubbel is de noodzakelijke wederzijde van de infrastructurele bubbel: de eerste bestendigt de tweede door het in stand houden van de noodzakelijke cognitieve dissonanties (mensenrechten en VVMU discoursen binnenlands vs. necropolitieke en genocidale praktijken buitenlands) en psychologische projectiemechanismen (niet-Westerse leiders als nieuwe Hitlers benoemen, terwijl Westerse leiders als zodanig handelen). De kleurenrevoluties, disinformatiecampagnes en verkiezingsimanipulaties van de globalistische machtsinstituties (EU, NAVO) in ex-Oostblok Europa (Servië, Moldavië, Roemenië, Hongarije) zijn alleen te begrijpen tegen de achtergrond van de eerder geschetste demografische realiteit van de regio: informatie-selectie, narratief-beheersing en performatief drama zijn cruciaal in het conditioneren van het nu psycho-sociaal ontvankelijke jongere cohort. De cognitive capture van de Hongaarse jongvolwassenen ging vooraf aan de globalistische herovering van de Hongaarse politiek in april 2026. Vanuit die optiek was de moeizame zestienjarige strijd van de Orbán-regering, om Hongarije terug te geven aan de Hongaren, van meet af aan een verloren zaak: een superstructurele (ideologische, narratieve) revolutie is onmogelijk zonder een infrastructurele (economische, sociale) revolutie en het Fidesz-bewind was nooit bereid daden bij woorden te voegen. Een radicale politieke breuk (uittreden uit EU en NAVO), een radicale economische strijd (uitbannen globalistische banksters en investeerders) en een radicale culturele revolutie (verbieden van Hollywoodiaanse geschiedvervalsing en digitale pornificatie) lagen ver buiten de wereldbeschouwing en het begripsvermogen van het Fidesz-bewind. In ideologische zin behoorde het Fidesz-machtscomplex in dezelfde lichtgewicht klasse als de AFD in Duitsland, de RN in Frankrijk, de UKIP in het VK en het FVD in Nederland. In die zin was de Fidesz implosie van april 2026 uiterst voorspelbaar: naar vorm is het een politiek theaterspelletje en naar inhoud een politieke ’regressie naar het gemiddelde’.[19] Aldus de Hongaarse terugkeer naar de nihilistisch-liberale politieke fabrieksstand van het Westen.
Visszajött édesem, de nem az a kedves
‘Mijn geliefde kwam terug, maar niet hij was mijn favoriet’
- Márta Sebestyén, ‘Vettettem violát’
‘The Man Comes Around’[20]
De zojuist besproken recente machtswisseling in Pannonische Vlakte mag dan voorspelbaar zijn als politiek fenomeen, maar zij markeert tegelijk ook een historische caesuur die van groot belang is voor de gehele Westerse systeemkritische oppositie, dat wil zeggen voor alle authentiek dissidente politici, publicisten en activisten, van marxistisch linksen tot hitleriaans rechtsen en van anarcho-communisten tot parlementair-pragmatisten. In deze caesuur valt de Hongaarse Fidesz implosie niet toevalligerwijs in tijd en context samen met de Argentijnse Milei implosie en de Amerikaanse MAGA implosie: de grotere machtsstructuur waarbinnen deze imploderende ’populistische’ bewegingen, ooit nuttig als gecontroleerde oppositie en politieke bliksemafleiders, ondergaat nu een snelle metamorfose waardoor haar kinetische machtsoefening niet langer verenigbaar is met tot nu toe gangbare bestuurlijke ’omgangsvormen’. De grotere machtsstructuur kan zich niet langer de luxe veroorloven van juridische ficties als internationaal recht, oorlogsrecht en burgerrecht en van politieke ficties als scheiding der machten, vrije verkieziengen en vrije meningsuiting. Sinds het begin van de Great Reset heeft zij daarom geleidelijk haar masker laten vallen, tot op het punt dat deze structuur - tot voor kort door samenzweringstheorie-lievende dissidenten nog enigszins naïef aangeduid als combine, globalists of hostile elite - zich nu omtegenzeggenlijk heeft ontpopt tot een onverholen satanisch machtsinstrument. Het laat zich wellicht nog het meest treffend omschrijven met de oudere term Zionist Occupation Government: het gaat immers om een op ’Zion’ georienteerd regime dat zich tot de Westerse volkeren verhoudt als een niet-eigen - in toenemende mate buitenaards aandoende - bezettingsmacht. De satanische aard van de Westerse machtselite wordt nu zelfs als zodanig herkent door snel-groeiende aantallen ex-syseempers publicisten, zowel binnen als buiten het Westen, getuige bijvoorbeeld de inburgering van de treffende term ’Epstein-elite’.[21]
De eerste, binnenlandse programmafase van de Great Reset (2020-21: ’Covid’, ’BLM’, ’Biden’) werd nog verbruikersvriendelijk verpakt in drogredenen, psyops en censuurmaatregelen.[22] Het gebruik van zulke cognitieve anaesthesie werd echter al flink teruggeschroefd tijdens de tweede, buitenlandse programmafase (2022-25): de ’Oekraïne’ was een onverholen ’haatsessie’ op 1984 niveau (massaconditionering voor permaoorlog tegen Eurazië) en ’Gaza’ was een evident desensibilisatie project op In der Strafkolonie[23] niveau (massaconditionering voor neoprimitistisch techno-feudalisme).[24] Aan het begin van de derde, piek-necropolitieke fase (2026-) vallen logischerwijs alle grenzen en pretenties weg: de Westerse machtselite projecteert haar eigen private Umwertung aller Werte nu in de publieke en institutionele sfeer met de invoering van een omgekeerd waardesysteem zowel binnenlands (Epstein Dossier: normalisering systematisch kindermisbruik en rituele kinderoffers)[25] als buitenlands (Iran Oorlog: normalisering aanvalsoorlogen en oorlogsmisdaden).[26] Het gekozen traject is vanuit eschatologisch perspectief kristalhelder: archetypisch geënsceneerde (en dus sublimineel effectieve) optredens van de Vier Ruiters van de Openbaring volgen elkaar op en voltooien de Great Reset. Pestilentie (het witte paard) wordt gevolgd door Oorlog (het rode paard), Honger (het zwarte paard) en, als laatste, Dood (het vale paard). De satano-globalistische theater-productie ontvouwt zich als een ’omgekeerde openbaring’: niet het Hemelse Jeruzalem en het Koninkrijk der Hemelen zijn het doel, maar het aardse Jeruzalem (antinomianisme Groot-Israël) en het rijk van het Beest (anti-christelijk techno-totalitarisme): de Hel die volgt op het vierde paard. Op dit grotere traject vallen doel en proces samen. In de woorden van Orwell: The object of persecution is persecution. The object of torture is torture. The object of power is power.[27]
Nu de sluiers die het satano-globalistische project tot nu toe verhulden zijn weggevallen, zijn de politieke instituties en structuren die het stutten niet langer toegankelijk als voor authentieke dissidenten. Iedere zogenaamde ‘oppositie’ die nu nog opereert binnen de volledige geperverteerde kaders zoals de ‘parlementaire democratie’, de ‘gevestigde media’ en het ‘publieke debat’ diskwalificeert zich bij voorbaat als ofwel gecoöpteerd, ofwel geïnfiltreerd, ofwel Stockholm Syndroom-psychotisch. Voor de overblijvende authentieke dissidenten heeft dit een duidelijk voordeel: de politieke grifters, inclusief alle ‘populistische’ poppetjes en alle ‘charismatische’ praters, vallen door de mand en de overtollige ideologische ballast, inclusief het leugenachtige civielnationalisme (dat paspoorten tot parkeervergunningen reduceert) en het giftige libertarisme (dat winst-gedreven individualisme boven waarde-gedreven gemeenschapszin stelt), gaat overboord. Het doodtij punt in de alles-of-niets strijd tussen het ogenschijnlijk triomferende satano-globalistische machtscomplex en het vooralsnog deels-verborgen wereldwijde verzet is bereikt, zowel in geopolitieke zin, met ZOG’s buitenlandse imperial overstretch (meest evident in de Neo-Khazaarse en Neo-Zionistische projecten), als in metapolitieke zin, met ZOG’s binnenlandse Flucht nach Vorn in techno-totalitaire dystopie (meest evident in het Palantir panopticum en het CBDC merkteken van het beest). In zekere zin versterken beide fenomenen elkaar: het moment waarop de wal van het Euraziatische verzet het globalistische schip keert buiten het Westen is ook het moment waarop de infrastructurele en superstructurele bubbels binnen het Westen hun houdbaarheidsgrens naderen. Deze bubbels zijn immers onverenigbaar met een kinetische realiteit van brandstof tekorten, aanvoerketen verstoringen, hyper-inflatie-nabije prijsstijgingen, sociale zekerheid bezuinigingen, militaire dienstverplichtingen en hospitaaltreinen terugkerend van het nieuwe Oostfront, al dan niet in combinatie met Gaza- en Beiroet-niveau Oreshnik-schade aan het nieuwe thuisfront. Gezien de miljoenen vernietigde, verminkte en vertrapte levens die het Collectieve Westen inmiddels op zijn geweten heeft, na decennia imperiale necropolitiek, ligt het in de lijn der verwachting dat de eindafrekening met het satano-globalistische machtscomplex een karma component van ongeëvenaarde proporties zal hebben. Een tijd van drastische keuzes ligt in het verschiet.
And I heard, as it were, the noise of thunder
One of the four beasts saying: ‘Come and see’
And I saw, and behold: a white horse
There’s a Man going around taking names
And He decides who to free and who to blame
Everybody won’t be treated all the same
There will be a golden ladder reaching down
When the Man comes around
The hairs on your arm will stand up
At the terror in each sip and in each sup
Will you partake of that last offered cup
Or disappear into the potter’s ground?
- Johnny Cash, ‘When the Man Comes Around’
Prägnanz Prinzip
Wahrnehmung ist Falschnehmung
De onomkeerbare Flucht nach Vorn van het satano-globalistische machtscomplex richting techno-totalitaire dystopie, de onoverbrugbare kloof tussen elite en massa en de onvermijdbare existentiële keuzes die vervat liggen in de aankomende kinetische test van de Westerse maatschappij vereisen, na het wegvallen van geruststellende surrogaat ideologieën en business as usual comfort zones, een grondige wereldaanschouwelijke herbezinning onder de overblijvende Westerse dissidenten. Het grootste voordeel dat zij daarbij hebben is dat de overgeleverde politieke instituties, economische zekerheden en sociaal-economische structuren door de machtselite zelf bij het oud vuil van de geschiedenis zijn gezet: es ist viel einfacher nur den Schütt weg zu schaffen als alles selbst nieder zu reissen.[28] In zekere zin levert dit de echte oppositie een tabula rasa situatie op waarin radicaal nieuwe denkvormen en revolutionair nieuwe maatschappijvormen niet alleen mogelijk maar zelfs onontkoombaar worden. Een waarachtige Novissima Renovatio en een alles overtreffend Imperium Redevivus komen binnen handbereik. Zelfs een heel-Westers ethno-genese moment - het heel-Westers equivalent van de IJslandse Landnáma en de Hongaarse Honfoglalás - wordt voorstelbaar. Er komt ruimte voor een nieuwe realiteit die alle voorafgaande ‘voorstellingen’, ‘concepten’ en ‘modellen’ irrelevant maakt. Het is aan de overblijvende Westerse dissidenten, namelijk zij die de ‘natuurlijke selectie’ van alle opeengestapelde Great Reset testvragen (tot nu met name de ‘Covid’, ‘Oekraïne’, ‘Gaza’, ‘Trump’ en ‘Iran’ vraagstukken) hebben doorstaan, naar vermogen een aanzet daartoe geven. Een belangrijk element van die aanzet is het aandragen van blik- en bewustzijnsverruimende perspectieven zoals bricolage techniek, interdisciplinaire kruisanalyse en artistieke grensverlegging.
Een nuttige leidraad bij het nu-noodzakelijke herdefiniëren, herbeleven en heruitvinden van volk-zijn is het Prägnanz Prinzip: het benadrukt het feit dat het volk-zijn een essentieel andere realiteit omschrijft dan wat kan worden begrepen door een beschrijving van de binnen die realiteit kwantificeerbare en kwalificeerbare delen op welk lager niveau dan ook. Het geheel volk-zijn verschilt zowel in kwantitatieve potentie als essentiële kwaliteit van de optelsom van de binnen het volk onderscheidbare elementen, net zoals het drie-dimensionele land verschilt van de twee-dimensionele kaart die het analyseert. Volks-zijn, en daarin een levende cultuur, vormt een contour tegen een specifieke achtergrond van zijn habitat en de daarin levende natuur: wat opdoemt is een psycho-sociale Gestalt met een charismatisch-numineuze ‘halo kwaliteit’ die het begripsvermogen van zowel de participerende leden als observerende buitenstaanders tenminste deels te boven gaat. Toch zijn er een aantal basale wetmatigheden die zowel participanten als buitenstaanders in staat stellen om de werking van het Prägnanz Prinzip te herkennen en de resulterende Gestalt te erkennen: (1) ruimtelijke nabijheid, (2) vormgelijkheid, (3) symmetrische ordening, (4) lotsgelijkheid, (5) lotservaring, (6) continuïteit en (7) afgrenzing. Al deze wetmatigheden hebben een passief en een actief aspect: de elementen zijn in relatie ertoe zowel subject als object. Op de intersecties tussen het passieve en actieve aspect krijgt de singulariteit van volk-zijn haar vorm, uitgedrukt in psycho-fysieke isomorfen. Het actieve aspect, dat wil zeggen de wil tot volk-zijn, komt het scherpst tot uitdrukking in de laatste wetmatigheid: de grens wordt actief gesteld.[29] In die zin is volk-zijn een uitdrukking van collectieve intentie in relatie, in de eerste plaats, tot de aarde zelf en pas in de tweede plaats, in afgeleide zin, tot andere volkeren. De Gestalt van de Europese volkeren valt en staat - of beter: bestendigt of vervaagt - met hun unieke band met hun unieke stukje aarde. De voedingsbodem, de geboortegrond en het thuisland zijn voorliggend aan volk-zijn. Bloed en bodem zijn één - en blind, zoals het ongeboren kind in de moederschoot. Want de aarde is ons aller Alma Mater.
‘The Vapours’[30]
Hoeveel Europese mensen weten nog wat het is om thuis te zijn, een land te hebben, op je geboortegrond te staan en bij een stukje aarde te horen? Zich verheven voelend boven de oude aarde, vliegt men gedachteloos over nu-betekenisloze landjes heen. Zich beter wanend dan de achterblijvende voetganger, schiet men achteloos langs nu-vergeten stadjes heen, Zich superieur wetend aan blijvende boekenkennis, scrolt men door zichzelf razendsnel digitaal vervangende geluids- en beeldfragmenten. Zich ontheven achtend van de plichten van de drie G’s, geloof, gemeenschap en gezin, leeft men onbekommerd voor zichzelf alleen, los van de zwaartekracht, on-gegrond, on-gevestigd, on-aards. Alleen de ongeborenen, nog wachtend in de moederschoot, en de doden, weer teruggekeerd in de aarde, zijn nog land-, grond- en bodem-gebonden. En zelfs die steeds minder: de ongemakkelijke schootvrucht wordt steeds vaker uitgesneden in plaats van uitgedragen en het overtallige stoffelijk overschot wordt steeds vaker in het vuur verast in plaats van ter aarde besteld. Alleen nog de kindertjes, gelukzalig spelend in het zand, en de daklozen, onrustig buiten slapend, weten nog een beetje wat land, grond en bodem zijn. En zelfs die steeds minder: de kindertjes worden steeds meer op veilige rubber matten, achter veilige plastic hekjes en voor veilige schermpjes geplaatst en zonderlingen die nog buiten willen zijn worden steeds meer tegen zichzelf beschermd met nauwlettende surveillances, patrouilles en detenties. Zelfs in dichtste bossen en op de verste bergen van Europa blijft men nog online, altijd bereikbaar en eeuwig beschermd. De paar neo-hippie meisjes die nog bomen willen omarmen en in de bossen willen rennen zijn natuurlijk verward en worden met gedragstherapie snel genezen. De paar overlevingstechniek-geïnteresseerde jongens die nog Into the Wild willen verdwijnen zijn natuurlijk neo-nazi’s en worden met reclasseringswerk snel gederadicaliseerd. Snel verdampen hun jeugdige energie en illusies bij terugkeer in de kunst-baarmoeder van LED-licht, namaak-voedsel en nep-ideeën. Slechts rond een paar excentrieke zonderlingen, dissidente dwarsdenkers en vergeten ballingen blijven de oud-aardse gedachtendampen nog hangen, maar niemand die het ziet: het sociale media algoritme, de publicitaire overton window, de boekdistributie naamvlaggetjes en de inlichtingendienst omertà beschermen immers de onschuld en gelukzaligheid van hun wel-rechtgelovige medemens. Samen met de al die andere ongehoorden, de ongeborenen, de doden, de kindertjes, de daklozen, de New Age meisjes en de Alt-Right jongens, zijn zij de enigen die zich de oer-liefde nog herinneren voor ons aller Alma Mater. En een paar daarvan kennen zelfs nog de hoge liefde-wetenschap daaruit afgeleid: de Geosofie.[31]
Het ballingschapsoord van de schrijver, Hongarije, is ver van zijn vaderland, Nederland. Het is ver als men de door ‘luchtvaart’ en ‘automobiel’ mogelijk gemaakte reis-inspannings-valsmunterij en de kosmopolitische illusies van ‘dubbele nationaliteit’ en ‘wereldburgerschap’ buiten beschouwing laat: zelfs met de kracht van de jeugd en in blakende gezondheid zou het vele weken lopen zijn. Maar als hij zijn hand op de Hongaarse aarde legt, dan is hij in een oogwenk terug op de Nederlandse: het verschil tussen stoffige zandgrond en vaste klei, tussen stoffige droogheid en druipende kluitigheid, tussen kale steppe met schichtige vogeltjes en grazige weiden met gezapige koeien. Hier is het meest droog met veel licht - met meest een heldere sterrenhemel ’s nachts. Daar is het meest vochtig met veel dampigheid - met meest een laag wolkendek ’s nachts. En hier is er niet de zee, die daar wel overal heel nabij blijft en constant met het land vecht. De Nederlandse aarde is maar deels bestendig: in het westen en noorden een dunne duinenrij, dan hier en daar een terp en een heuveltje, daarachter oost- en zuidwaarts, tussen de wijde rivieren, af en toe wat reliëf en hier en daar wat zandgrond, maar nog steeds meest plat en vlak. Pas aan de buitenranden van de Lage Landen begint het soort aarde dat andere Europeanen kennen, met slechts een vleugje echt-continent in de oude Ardennen. Overal over de Lage Landen hangen wekenland lage wolken, met mistbanken over waters en watertjes overal. Geheimzinnige dampen hangen nachtenlang over polders, moerassen en geestgronden. Maar na een geduldige wake valt er meer te ontwaren: vaag, door de dampen heen, tekent zich een gestalte af, eerst nog onduidelijk in wolkenflarden, wazig boven een schimmige einder, daarna half-doorzichtig in een waterige morgenzon. Maar dan rijst het, toch nog abrupt, vlak voor je op, onmiskenbaar, in blond- en blauw contour zich aftekenend en afgrenzend tegen de grijze hemel: het Nederlandse volk. Luctor et emergo.
Alma Redemptoris Mater
Quae pervia Caeli Porta manes et Stella Maris
Succurre cadenti surgere qui curat populo
‘Voedende Moeder van de Verlosser
die altijd blijft zijn de open Deur des Hemels en de Ster der Zee
kom te hulp het volk dat valt en poogt op te staan’
- Advent Antifoon
Noten
[1] Verwijzing naar het getijdenboek Les très riches heures du Duc de Berry van de gebroeders van Lymborch (ca. 1410).
[2] De wiskundig-astronomische aard van het oudste Indo-Europese - deels pre-historische - kalendersysteem en het onuitwisbare stempel ervan op het nieuwere Christelijk-Europese kalendersysteem blijft onder Europese identiteitsverdedigers, inclusief de neo-heidenen onder hen, vaak onbegrepen. Hier een voorbeeld: de lichtprocessie tijdens het feest van Maria Lichtmis (de veertigste dag na Kerstmis) is een hypostase van het heidense lichtritueel ter ere van de Aardmoeder (Demeter die haar dochter Persephone bezoekt). In Ierland is dit daarom geïntegreerd in de feestdag van Sint Brigida, de vrouwelijke patroonheilige van het land en een hypostase van Keltische godin Brigit (‘Bruid’), van wie het lichtfeest daar Imbolc (‘Drachtigheid’) heette. Het feest markeert het astronomische midden punt tussen de winter zonnewende en de lente
Nachtevening.
[3] Vandaar de nu-gangbare Perzische naam voor de Iran-ZOG Oorlog van 2026: ‘Ramadan Oorlog’.
[4] Hongaars: Karpatenbekken.
[5] Hongaars, letterlijk ‘laag veld’: Grote Hongaarse Laagvlakte.
[6] Hongaars: Donau.
[7] Géza, Vorst der Hongaren, r. 972-997, vader van Stefanus I, r. 997-1000 als vorst, daarna 1000-1038 als koning.
[8] De (volks)etymologie van de Hongaarse naam Géza is Mongools geikchi, ‘lichtende’, ‘verlichte’.
[9] Titel van een lied (album Apocrypha, 1992) van de Hongaarse zangeres Márta Sebestyén (1957-), beroemd om haar vertolkingen van de traditionele Hongaarse volksmuziek.
[10] Duits: ‘eeuwige bloemenkracht’, beruchte verwijzing naar een fictieve illuminati code.
[11] Hongaarse Jugendstil, ca. 1890-1910.
[12] Hongaars: pijlenkruis, symbool van de Pijlkruis Partij/Hongaristische Beweging (1935-45), een nationaal-socialistische georiënteerde politieke stroom die gedurende het laatste jaar van WO II enkele maanden aan de macht was in bondgenootschap met het Derde Rijk.
[13] Hongaars: volksrepubliek.
[14] Afkorting voor Fiatal Demokráták Szövetsége, Hongaars voor Verbond van Jonge Democraten, ook woordspeling op het Latijnse woord fides, ‘trouw’: een politieke beweging opgericht in 1988, onder leiding van Viktor Orbán omgevormd tot een ‘rechtse’ partij met een matig sociaal-conservatieve en euro-sceptische oriëntatie en onder diens leiding aan de macht van 2010 tot 2026.
[15] Voor een (Engelstalige) numino-politieke interpretatie van het begrip viriditas, verg. Alexander Wolfheze, ‘Through the Bogatyr Gates’, Geopolitika.ru 13 februari 2026.
[16] Voor een Traditionalistische analyse van de grotere Europese katamorfose, verg. Alexander Wolfheze, De Zwarte Poolster. Een Archeo-Futuristische aftelling in vijftien opstellen (Arktos: Londen, 2023) 211ff.
[17] Voor een psycho-historische analyse van genoemde fenomenen, verg. Alexander Wolfheze, Alba Rosa. Tien Traditionalistische opstellen over de crisis van het moderne westen (Arktos: Londen, 2019)he 159ff.
[18] Voor een (Engelstalige) inschatting van de psycho-sociale conditionering en de Neo-Atlantis status van het ‘Collectieve Westen’, verg. Alexander Wolfheze, ‘The Moirai Return’, Geopolitika.ru 27 september 2024.
[19] Voor een (geo)politieke analyse van de Hongaarse parlementsverkiezingen van 2026, verg. de podcast ‘Nautilus Ep.3 - De val van Orbán’, Alexanderwolfheze.substack.com 13 april 2026.
[20] Titel van een lied (album American IV, 2002) van de Amerikaanse zanger Johnny Cash (1932-2003), mede beroemd door gebruik als ‘ouverture’ tot de zombie-apocalyps film The Dawn of the Dead (Zach Snyder, 2004).
[21] Voor een eerste aanzet tot invoering van Epsteinologie in Nederlandstalig academisch en journalistiek, verg. de podcast ‘Polaris Interviews Ep. 1 - Micha Kat’, Alexanderwolfheze.substack.com 8 februari 2026.
[22] Voor een metapolitiek retrospectief op de eerste fase van de Great Reset, verg.Wolfheze, De Zwarte Poolster, 1-82.
[23] Titel van een novelle van Franz Kafka (1919).
[24] Voor diverse (Engelstalige) metapolitieke analyses m.b.t. de tweede fase van de Great Reset, verg. Alexander Wolfheze, Globus Horribilis. Twelve Futuro-Fundamentalist Essays (Arktos: Londen, 2024) 261-87 and 532-70.
[25] Voor een psycho-historische analyse van het Epsteinocratische machtscomplex avant la lettre, verg. Wolfheze, Globus Horribilis, 288-320.
[26] Voor een geopolitieke analyse van de recent versnelde (satano-accelerationistische) toepassing van globalistische necropolitiek, verg. Alexander Wolfheze, ‘Uaxunctun’, Geopolitika.ru 26 september 2025.
[27] Voor een etiologische analyse van het satano-globalistische machtscomplex, verg. Alexander Wolfheze, ‘The Heresiarchs’, The Unz Review 14 mei 2025.
[28] Adolf Hitler volgens de film ‘Der Untergang’ (Oliver Hirschbiegel, 2004).
[29] De vergoddelijkte hypostase van het grensbeginsel is de ‘Bewaker van de Drempel’. Voor een (Engelstalige) projectie daarvan op de huidige geopolitieke realiteit, verg. Alexander Wolfheze, ‘The Guardian of the Threshold. Multipolar and Eurasian Xenopolitics Revisited’, Geopolitika.ru 30 juni 2025.
[30] Titel van een muziekstuk van de Britse componiste Anna Meredith (album Varmints, 2016).
[31] Voor een (Engelstalige) voorbeeld-toepassing van deze vergeten kennisdiscipline, verg. Alexander Wolfheze, ‘Geosophy: Neo-Byzantine Approaches to Multipolar Geopolitics and Sacred Geography’, Geopolitika.ru 29 april 2024. Voor een substantiële geopolitieke analyse vanuit het Heilige Aardrijkskunde-perspectief, verg. Alexander Wolfheze, A Traditionalist History of the Great War, Book II: The Former Earth (Cambridge Scholars: Newcastle upon Tyne, 2020).
*
* S. D. G. *
*


